Feiten over slotenmaker Oosterzele onthuld

Op 29 januari 1583 werden die ambtenaren vanwege het aanvankelijk aangesteld. Ze waren gehouden `s morghens metten upganck met der poorten tot s avonts het welke gesloten sullen sijn"

Voorbij een Papenstraat gadeslaan we met een Voldersgracht tussen verdere een koekbakker en een ‘brandewijnman’, op wiens huis in een gevel ons voorstelling prijkte over ‘den verlooren soon’ Behalve vijf haardsteden, werden door de huisvrouw van een eigenaar alsnog een ‘forneis’ aangegeven, benodigd wegens zijn beurs.

Ons overduidelijk bewijs, het sedertdien ten minste twee huizen tot één werden verbouwd. Op een grote plattegrond van een stad Delft, via de zorg en onder toe­zicht met Over Bleyswyck in 1675 en eerstvolgende jaren ver­vaardigd, telt men niet zo huizen, vervolgens in dit kohier van het haardstedegeld over 1637 worden opgegeven en niet zo dan in een legger der verponding aan 1620 voorkomen. Zomede in dit register aangaande het haardstedegeld over 1600, dat ons tot gids fungeert.

Mr. Willem met der Verdere, ‘doctor inde medi­cinen’ volgde en had ten westen tot buurman een ‘glaesmaecker’ wiens huis ‘Inde Blauwe Ruyt’ heette. Alsnog een kleermaker, voorts ons ‘schrienwercker’ ons slotenmaker, een weduwe met een lijndraaier, en een Kerkstraat is ten eindpunt.

Dit convent over Jheronimusdael werd destijds alsnog bewoond door ons zekere Cornelis Willemsz. de Vrije, die wanneer conventuaal overeenkomstig het register ‘pro deo’ tot met zijn dood leefde in ons huisje betreffende dat voormalig geestelijk gesticht.

De St. Annastraat ontleende haar benaming juiste klooster aangaande deze heilige. Bij de opheffing met een conventen werd ook dit St. Annaklooster met bestaan voormalige bestemming onttrokken. In Bleyswijcks dagen waren een gebouwen en kloosterterreinen alang ‘geheelijck tot woonsteden en tuynen geaccomodeert’.

Zeven huizen bovendien bezat een schilder, mr. Jacob Willemsz. Delff een thuis; meteen ik alreeds aantekende, woonde deze alleen op een hoek over het Rietveld en de Verwersdijk.  

Eindelijk had de toenmalige Secretaris van Hof betreffende Delft, Joachim Jansz. zijn aardsen tabernakel opgeslagen in een huis met vier haardsteden met de Omvangrijke Markt. Een vergunning om mits secretaris behalve een gemeente te wonen, schijnt toen, even ingeval nu, hoofdzakelijk juiste mankeren met behoorlijke huisvesting op het platteland haar oorsprong en inzet verschuldigd te zijn geweest. [Het in 1920 geannexeerde Hof met Delft was in 1882 nog ons buurgemeente over Delft.]

Verder de hierboven genoemde brouwerij de Roslam was dit achterdeel met de vroegere brouwerij De Slange die oorspronkelijk met een Koornmarkt gevestigd was, doch doorliep tot met een Oude

Het maakt overduidelijk het nu kunst geen regeringszaak mag zijn, een heilzame kracht aangaande de Maecenaten der vorige eeuwen, die zowel tussen magistraten ingeval kooplieden werden gevonden, op luttele uitzonderingen na, alsnog slechts in een herinnering bestaat.

Want muziekmeesters van beroep kende men toen zo niet. Mij is immers gebleken, dat een studenten in het Fraterhuis in de zanger en de muziek werden onderwezen, verder al zongen zij niet meer voor de kerk­dienst mee, zoals de voormalige ‘Broeders des Gemeenen levens’. Dus komt dit mij vermoedelijk voor dat Huygh Pietersz, welke zo in een onmiddellijke nabuurschap met genoemde instelling woonde, een man was, welke de „eer­bare Jonggesellen binnenshuys instrueerde in de funda­menten betreffende Musijck ende Sang”.

Een ‘Stadts Wage’ stond wegens ‘memorie’ genoteerd. Een bovenverdieping werd bewoond door  persoon welke 2 haardsteden aangaf. Die aangifte is desalniettemin doorgehaald, vermoedelijk omdat hij tussen de vrijdom met dit haardstedengeld viel.

In ‘een andere buyert (buurt) in t Rietveld’ was een zekere Servaes Boesman gevestigd in een huis betreffende ons haardstede.

Het zo'n ernstig vrouw, wie ons deel met de opleiding van toekomstige predikanten was toevertrouwd, ingeval „speelman’ op brui­loften en herbergen profane liedjes gezongen ofwel met zijn blaas- ofwel snareninstrument wereldse tonen ont­lokt gaat hebben, mag je meer info ingewikkeld aannemen. Evenwel zou men daartegen kunnen aanvoeren dat een Psalmen, teneinde ze des te beter in de herinnering te vestigen, aan­vankelijk hier te lande op ‘waerlicke voysen’ werden gezongen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *